Blog

Verslaafd? Zoek het zelf maar uit!

Het zijn de ogen van de arts van de huisartsenpost. Ik heb ze zien veranderen binnen het uur. Bij zijn aankomst waren ze nog vastberaden, maar een uur later zag ik alleen nog radeloosheid.
Profielfoto van Laura Rooijackers
2 maart 2025 | 6 minuten lezen

De dag was rustig begonnen, maar later werd het een achtbaan. 

In de middag vertrok mijn zwager met 'hem' naar de huisarts. Om hulp te vragen voor 'hem'. Een detox, een behandeling of een opname. Iets wat ook maar kan bijdragen in de zorgverlening bij zijn verslavingsproblematiek. Het was niet het eerste bezoek aan de huisarts. Ook niet de eerste vraag om hulp. Al was het vanmiddag geen hulpvraag, maar meer een smeekbede. Vanuit hemzelf, niet vanuit mijn zwager. Ik noem hem 'hem'.

Maar de huisarts kan vandaag de dag niet veel meer voor 'hem' betekenen. Er zijn in de afgelopen jaren al zoveel opnamen geweest, detoxen, behandelingen, gesprekken, instanties. En elke keer kwam hij er wel weer even uit, maar een verslaving roept altijd harder.

Zo ook vanmiddag, tegen de huisarts.

De tafel kreeg een paar rake klappen en samen ging hij met mijn zwager weer terug naar zijn eigen huis. Waar mijn zwager hem achterliet, tussen de drankflessen en alles wat 'hem' maar voor een korte tijd kan verdoven van de werkelijkheid.

De politie op bezoek

Het duurde niet lang of de politie stond op de stoep. Bij mijn andere zwager. Ze hebben dezelfde achternaam, dus zijn adres was vast snel gevonden. Mijn zwager ging samen met de politie naar 'hem' toe, in de verdoofde toestand die leegte heet.

Er werd door de politie een ambulance gebeld.

Een hartfilmpje volgde. Deze was redelijk in orde, maar de ambulancemedewerkers wilden 'hem' toch meenemen. Dit was geen geval van alleen je roes uitslapen, maar kans op een comateuze toestand en te verwachten hartritmestoornissen.

De artsen in het ziekenhuis weigerden echter telefonisch zijn opname en hij kon daardoor niet met de ambulance mee.

De ambulancemedewerkers belden daarop de crisisdienst van de GGZ. Zij zeiden de hulp op zich te nemen en 'hem'op zijn eigen telefoon binnen 20 minuten terug te bellen.

De hulpdiensten vertrokken, maar de leegte begon inmiddels opgevuld te worden met psychoses.

De cirisdienst ziet geen crisis

Ik beloof hem dat ik bij hem blijf, dat hij niet alleen zal zijn. In een waas belooft hij mij dat hij geen geweld zal gebruiken. En dat is fijn, want anders moet ook de politie weer komen, vertelt de arts ons.

Wanneer ik binnen kom om mijn zwager, die op het telefoontje van de crisisdienst op de bank zit af te wachten, te ondersteunen, loop ik naar de slaapkamer. Ik aanschouw zijn toestand: lam, onbereikbaar en een gele huid. In de eerste paar seconden twijfel ik of hij wel ademhaalt. 

We spreken met moeite en kort met elkaar. Zijn ogen staren leeg, groot en angstig de wereld in. Ik besluit terug te lopen naar mijn zwager in de woonkamer. Dan kan ik het gesprek van hem overnemen, wanneer er door de crisisdienst teruggebeld wordt.

Het is een uur later, maar de crisisdienst heeft in dat uur niet teruggebeld.

Online is het spoednummer niet te vinden, maar met moeite wel in zijn telefoon. Ik besluit zelf terug te bellen.

Of ze gebeld waren? Dat mag niet gezegd worden. Zijn gegevens bekend zijn? Dat valt onder de AVG. Wanneer we hulp kunnen verwachten? Bel zelf de huisartsenpost maar, want vanuit hen zal nu geen actie komen. Ow, en veel sterkte mevrouw.

De stille schreeuwende stemmen

De stemmen in de slaapkamer walmen op, de opdracht om er een einde aan te maken ook. Ik hoor ze zelf niet, maar ze tollen schreeuwend rond in zijn eigen hoofd.

De huisartstenpost

De triagist van de huisartsenpost zegt te gaan overleggen, het wachtmuziekje kan ik inmiddels mee neuriën, bijna elke organisatie heeft hetzelfde deuntje. "Bedankt voor het wachten, kom 'hem' maar brengen ter beoordeling." Maar met alleen een fiets en een overbelast netwerk gaat het niet lukken. Gelukkig is de arts in de buurt en komt hij langs. We hoeven 'hem' daardoor niet zelf te brengen.

De arts komt met een afvaardiging. Ze zijn in totaal drie man sterk. Dat is krap in de slaapkamer, maar het past. De verdoofde toestand lijkt comateus te worden. De plassen wijn op de vloer naast het bed, laten onze schoenen vastplakken en het besef dat het mis lijkt te gaan.

Hij is niet aanspreekbaar en ligt stil en voor dood in bed. Metingen worden gedaan, maar het is vooral de bloeddrukmeter die weer even het leven terug geeft. Door de druk van de band van de bloeddrukmeter komen ook momenten van verweer. De gesprekken in de slaapkamer gaan te snel, hij hoort niet meer wat echt is en wat niet. De angst voor het onbekende neemt toe, "maar alsjeblieft, help."

“Met alles wat ingenomen is moet hij opgenomen worden", zegt de arts. We spreken af wie er meegaat in de ambulance, die direct door de arts gebeld gaat worden.

Een tas vol beloften

Een tas wordt ingepakt, familie wordt gebeld. Een volgend uur volgt. Ik beloof 'hem' dat hij geholpen wordt, want er komt een ambulance om 'hem' te halen. Ik beloof 'hem' dat ik bij hem blijf, dat hij niet alleen zal zijn. In een waas belooft hij mij dat hij geen geweld zal gebruiken. En dat is fijn, want anders moet ook de politie weer komen, vertelt de arts ons.

Maar na opnieuw een uur wachten, hangt de arts zijn telefoon op. Zijn schouders zijn gaan hangen en zijn blik gaat vaker naar de grond dan daarvoor.

"Het spijt me, maar niemand wil hem hebben. Gezien de tijdsperiode die gegaan is over alles wat ingenomen is en tot dit moment hadden de eerste hartritmestoornissen er al moeten zijn. Of had hij daadwerkelijk in coma geraakt. Er is niets anders mogelijk dan hem zijn roes uit laten slapen."

Het is anders dan daarvoor

We spreken over hoe anders de situatie is dan alle jaren daarvoor. Hij heeft namelijk al heel vaak zijn roes uitgeslapen, maar nu heeft hij een psychose, ziet geel en lijkt hij langzaam van de wereld te glijden. De arts ziet het ook en toch kan hij niets. Zijn ogen zijn binnen het uur veranderd van vastberaden naar radeloosheid. We spreken over alle hulp die al geweest is. De detoxen, de klinieken waar nog meer gedeald wordt dan op straat.

Dat je na vele opnamen als verloren wordt beschouwd en steeds meer hulpverleners hun handen van je af trekken. 

Dat je altijd je behandeling kunt staken hier in Nederland, omdat een gesloten afdeling nooit echt gesloten is. Dus op het moment dat je de leegte weer gaat voelen en je het liefste daar zo hard mogelijk voor wegrent, is er niemand die tegen je zegt: “Ondanks dat je nu wegrent, pakken wij dit samen met jou aan.”

Het zou beter zijn om hem een jaar ergens binnen te laten zitten, zodat hij de leegte onder ogen kan komen en echt geholpen kan worden. Maar dat dit niet bestaat in Nederland en dat we alleen maar kunnen toekijken. Toekijken hoe de laatste akte van zijn leven vormgeven zal worden. En die akte zal in zijn eigen huis zijn of wanneer ik hem over een tijdje tegen zal komen in zijn nieuwe woonomgeving. Namelijk op straat.

De vochtige ogen van de arts worden beantwoord met de paar tranen die bij mij ontglippen. De arts ziet dat er dringend hulp nodig is, maar dat er geen enkele hulpverlening of plek is die 'hem' kunnen helpen.

De GGZ is kapot in Nederland

Ben je verslaafd? Dan is dat jouw probleem en niet die van Nederland. Het zorgstelsel is kapot. De GGZ is kapot. We kunnen om hulp roepen wat we willen, maar het is een echo die nooit bij je terug zal komen. 

Ik vraag mij af hoe vaak deze scène zich nog moet herhalen totdat het oorverdovend stil gaat zijn.

We besluiten allemaal zijn huis te verlaten zonder te vertellen dat de hulp niet doorgaat. De reacties die hij namelijk tussen het lam zijn en praten in geeft, zijn inmiddels agressiever geworden. Wat gebeurt er als we het 'hem' vertellen? Dat er niemand is die voor hem vecht? We kiezen voor een stil vertrek, in de hoop dat hij slapend de nacht in zakt. Zonder ons vertrek op te merken.

Loze beloften

Belofte maakt schuld, maar de beloften van vanavond drukken als een zweer op mijn hart. Hij is uiteindelijk wel alleen en er komt geen hulp. En dat is niet wat ik tegen hem gezegd heb.

De volgende ochtend klinkt de wekker van mijn man al vroeg, maar dat is niet wat mij wakker heeft gemaakt. Vanuit het donker staren mijn ogen al uren naar het plafond. Waar ik zowel de lege ogen als de radeloze meerdere malen heb ingekeken. 

"Waar werk je vandaag?", vraag ik. 

"In de buurt," zegt mijn man. "Hoezo, verwacht je iets?"

"De dood."

 

* Dit verhaal is niet gerelateerd aan mijn werk, maar vindt plaats binnen mijn persoonlijke leven.

** Er zijn op dit moment alleen maar verliezers. Ik schrijf dit niet om het licht op de verliezers te laten schijnen, maar om het gesprek te openen over de verslavingszorg in Nederland.

 

Laura Rooijackers, 34 jaar, schrijft over het leven in haar gezin. Ze is getrouwd en heeft een zoon van 8 jaar met autisme en PTSS en een dochter van 4 jaar oud. Vanuit haar zorgachtergrond werkt ze met diverse doelgroepen. Maar zorgen voor een cliënt of voor je zoon, dat is echt andere koek. En dit is haar duidelijk: het gezinsleven is mooi, intensief, nooit saai, maar geeft een schat aan herinneringen en ervaringen die gedeeld mogen worden. En daar schrijft ze over op Deelmee!

Doe mee met de discussie

Spreek je uit, deel en inspireer!

Plaats een reactie
0 reacties