Spreek je uit, deel en inspireer!
Print blogartikel
Het is een zachtaardige vrouw van weinig woorden. Met haar vriendelijk rond gezicht en haar bruine ogen straalt ze een soort vredigheid uit, die warme herinneringen aan geborgenheid laat herleven.
Ze is als een oma waar je als kind even bij kan uitrusten. Een betekenisvolle blik, een warme gloed, een zachte hand, terwijl op de achtergrond de kachel snort. Zo’n oma die je verhalen aanhoort en je zwijgend een koektrommel voorhoudt met gesuikerde koekjes, die vertrouwd smaken en je voor even wat troost bieden.
De berusting die mevrouw uitstraalt in ‘het is wat het is’ klinkt ongecompliceerd, maar ik kan alleen maar met ontzag naar haar overgave kijken. Nu mevrouw haar laatste dagen leeft, is daar nog altijd die kalmte terwijl de rafelige randjes van het leven en de dood zo pijnlijk zichtbaar en voelbaar voor haar moeten zijn.
Mevrouw drinkt graag en veel fris uit een glas met een rietje. Ze verslikt zich regelmatig, waardoor ze in ademnood komt en ondersteuning nodig is bij het hoesten. Haar pijnlijke schouder maakt het elke keer een beproeving voor haar en een uitdaging voor ons om haar rechterop in bed te kunnen helpen, zodat ze weer op adem kan komen.
Als haar kinderen op bezoek zijn, serveer ik koffie met zelfgebakken appelcake. ‘De bordjes zijn aan de grote kant’ zegt ze, terwijl ze in de cake hapt en mij goedkeurend toeknikt.
Een cake of een taartje voor de gasten, voor het bezoek, de vrijwilligers en voor iedereen die een plekje vrij heeft naast zijn kopje koffie. Een hapje troost voor wie dat nodig is of voor wie dat wil. Er zijn kan op vele manieren. Een luisterend oor of een aanraking. Voor mevrouw zit er troost in het plakje appelcake op een bordje van te fors formaat.
Het eten van vast voedsel gaat elke dag moeizamer. Als ik haar vraag of ze iets wil eten, zegt ze dat ze graag een plakje roggebrood wil met een gekookt eitje. Ik maak het voor haar klaar en help haar bij het eten. Tussen een paar hapjes door glimlacht ze zwijgend.
Een paar dagen later verdraagt ze alleen nog wat slokjes ranja en dat is voor haar het moment waarop ze vindt dat het klaar is. Ze wil niet meer verder leven. Ze neemt afscheid van haar kinderen en kleinkinderen, waarna de palliatieve sedatie wordt gestart. De volgende ochtend slaapt ze kalm en vredig in.
Een week na het overlijden ligt er een handgeschreven bedankkaartje op de keukentafel. Mevrouw laat haar gebakstel na aan het hospice.